Music at the Court of Jülich-Berg
ACD BH 055-2
![]()
La Barca Leyden:
Raymond Honing ~ flauto traverso
Anneke van Haaften ~ violin
Alfonso Marin ~ lute
Elske Tinbergen ~ cello
Cees van der Poel ~ harpsichord
Meer info op hun website:
www.raymondhoning.com
Muziek aan het hof van keurvorst Johann Wilhelm von der Pfalz,
Hertog van Jülich-Berg
Johann Wilhelm uit het huis Pfalz-Neuburg werd op 19 april 1685 in Düsseldorf
geboren. Zijn grootvader, Wolfgang Wilhelm van Pfalz-Neuburg, was het aan het begin van de zeventiende eeuw gelukt, de erfopvolging in de belangrijke hertogdommen Jülich en Berg te verwerven. Zijn vader, Philipp Wilhelm von Pfalz-Neuburg, zorgde voor een gedegen opleiding van zijn oudste zoon, die al op jonge leeftijd bijzondere belangstelling toonde voor de schone kunsten. Vooral de muziek- en daarnaast de beeldende kunst- had de grote belangstelling van Johan Wilhelm. In 1678 trad hij in het huwelijk met de hertogin Maria Anna Josepha van Oostenrijk waardoor hij toegang kreeg tot de rijke muziekcultuur aan het keizerlijk hof van de Habsburgers. Op 1 augustus 1679 werd hij regent van van de hertogdommen Jülich en Berg met de beide hoofdsteden Jülich en Düsseldorf. Tot het einde van zijn leven bleef Düsseldorf het
middelpunt van zijn leven, dat hij tot een van de belangrijkste centra voor kunst en cultuur maakte.
Na de dood van zijn eerste vrouw in 1689 trouwde hij in 1691 met Anna Maria Luisa de Medici.
Ondertussen was hij in 1690, na de dood van zijn vader, keurvorst van de Pfalz geworden, en behoorde hij daarmee tot de meest invloedrijke vorsten van zijn tijd. Met zijn tweede vrouw deelde Johann Wilhelm de liefde voor muziek en kunst. Zo werden bijvoorbeeld de operaspektakels tijdens de carnavalstijd legendarisch. De hofkapel die Johann Wilhelm had opgebouwd kon zich meten met de beste orkesten aan keizerlijke hoven. Dat uitte zich bijvoorbeeld in lovende woorden tijdens de koninklijke verkiezing in Frankfurt a.M. of in de woorden van een bezoeker van het hof van Düsseldorf: “een voortreffelijk ensemble van ware toonkunstenaars”. Het geld dat Johann Wilhelm stak in de presentatie van het hof was weliswaar typisch voor zijn tijd, maar werd toch, ook door andere vorsten, kritisch bekeken. De keurvorst droomde ervan de status van koning te verwerven.
CHANSONS - Ensemble Fortuna
Johannes Ciconia
Guillaume Dufay
ACD BH 047-2
![]()
Meer info op hun website:
www.ensemble-fortuna.nl
Zoals in de Gouden Eeuw Nederlandse schilders aangetrokken werden door het Italiaanse licht en in Rome gingen werken, zo trok al in de late Middeleeuwen menig componist van - toen nog - de Lage Landen de Alpen over op zoek naar inspiratie. Die Italiaanse droom resulteerde voor twee van zulke pioniers, Johannes Ciconia en Guillaume Dufay, in het scheppen van geniale muziek. Hun vermogen ogenschijnlijk moeiteloos de verworvenheden van Vlaamse, Franse, Engelse en Italiaanse muziek tot een nieuwe stijl samen te smeden, creëerde een nieuwe muzikale taal die over alle geografische grenzen heen klonk. Om hun grensoverschrijdend talent te illustreren, volgt Fortuna op deze cd Ciconia en Dufay op hun reis door het Vlaamse en Italiaanse muzikale landschap van de late Middeleeuwen: Oude Muziek in Context.
London Love - Ensemble Rossignol
Alice Gort-Switynk - Blokfluit
Elly van Munster - Theorbe
ACD BH 050-2
![]()
Meer info op hun website:
www.ensemblerossignol.com
London Love
Meesters in de schaduw van Handel
In de 18e eeuw was Londen een zeer welvarende stad waar met name op muzikaal gebied veel te beleven viel. George Frideric Handel, Duitser van geboorte (Georg Friedrich Händel), voerde er de absolute boventoon. Hoewel hij zeer veel gereisd heeft, bracht hij het grootste deel van zijn leven door in Londen. Vanaf 1727 was hij officieel Engels staatsburger. Handel was vooral bekend om zijn schitterende opera’s en oratoria met ongekende juweeltjes van aria’s, maar daarnaast componeerde hij ook heel fraaie en geraffineerde kamermuziek. Componisten uit verschillende landen trokken in die tijd naar Londen in de hoop er ook voet aan de grond te krijgen. Wat meestal niet meeviel, omdat ze toch altijd in de schaduw van Handel bleven.
De barokwerken in het programma worden gelardeerd met Love stories voor blokfluitsolo van de Duitse componist Axell D. Ruoff (1957). Dit gecombineerd met de aria van Geminiani, vonden wij een geschikte aanleiding om deze CD de titel London Love mee te geven.
Bassano Quartet
ACD BH 052-2
![]()
Meer info op hun website:
www.bassano.nl
”Van de torens van de ziel”…..….“Desde las torres del alma”….
Hoe creëer je klanken uit het Spanje van de 15e tot 17e eeuw ?
Uit een tijd dat mensen nog meer naar hun ziel luisterden en minder met het idee leefden dat het brein het middelpunt van hun bestaan was, komen de instrumenten van de Bassano’s. Deze wijd geboorde, licht conische Fluiten met een flair aan de onderkant werden door de Bassano familie, eerst in hun geboorteplaats Bassano vlakbij Venetie en vanaf 1531 in Engeland , tot ver in de 17e eeuw gebouwd. In 1568 kocht het Spaanse hof een set “flautas” van de Bassano’s. Waarschijnlijk omdat zij de beste bouwers van deze fluiten waren en er in Spanje geen werkplaatsen waren waar deze fluiten gemaakt werden.
Door kopieën van originele Bassanofluiten te maken en bij elk stuk precies de balans te zoeken, hebben wij geprobeerd deze 15e, 16e en 17e eeuwse muziek weer tot leven brengen. Ook de grote Sub-Contra bas van drie meter is gebaseerd op één van de Bassano fluiten. We gebruiken deze fluit in het stuk “Desde las torres del alma”. Om heel diep in het hart te gaan en daarna de torens van de ziel te kunnen beklimmen.
Zoals de tijdgenote Teresa de Avila in haar “ Castillio Interior” zo mooi beschijft hoe je in je
“binnenste kasteel” kunt komen.
De Droomfluiten die we in de ‘Folias con 20 Differentias’ bespelen zijn gebaseerd op de fluiten van Schnitzer, een concurrent van de Bassano’s in Neurenberg. Met trucjes in de boring en wat moderne kleppen kunnen deze fluiten met het ‘moderne’ (eigenlijk in de Barok uitgevonden!) grepensysteem gespeeld worden.
De Eagle G alt die op deze CD te horen is in “Danza Alta” is een van de archaïsche prototypes die ook weer gebaseerd zijn op het zoeken naar klanken in wijd geboorde fluiten. Uit deze fluit is de superluide moderne F alt Eagle ontstaan met een octaafklep en kleppen op de voet.
O Muse, comt nv voort (ACD HJ 040-2)
Duo Seraphim
Margot Kalse - mezzo-soprano
Elly van Munster - lute
![]()
Deze cd is een bloemlezing van het Nederlandse contrafact en bestaat uit poëzie op muziek.
Anders dan gecomponeerde liederen, zijn hier de teksten geschreven op al bestaande en bekende melodieën. Deze liederen worden ook wel contrafacten genoemd: contra, tegen, een bestaande melodie gemaakt, factum.
Tussen 1550 en 1750 was dit een geliefd en veel beoefend genre in de Nederlanden. Er verschenen talloze liedboekjes, boekjes in zakformaat die je zó uit je zak kon halen als je wilde gaan zingen. Hier stonden de teksten in afgedrukt en de melodie waarop deze gezongen dienden te worden, werd aangegeven met een wijsaanduiding: wyse, voys, stemme, vpden voix, op de wyse van etc. Die melodie moeten we dus terug zien te vinden om het lied weer te kunnen zingen. Gelukkig zijn er ook liedboeken overgeleverd waar de melodieën wél in noten staan uitgeschreven. Ook zijn veel melodieën terug te vinden in het internationale liedrepertoire van die tijd. Andere bronnen zijn bijvoorbeeld luittabulaturen, dansboekjes, etc.
De hoeveelheid aan buitenlandse melodieën is opvallend, er zijn veel Franse, Engelse en Italiaanse, wat minder Duitse en Spaanse melodieën. Deze moeten dus, naast de ´eigen´ Nederlandse melodieën, in de Nederlanden bekend en geliefd zijn geweest.
In Passione Domini (ACD HJ 044-2)
Rabaskadol—Fritz Heller
William Byrd Vocaal Ensemble
![]()
Nico van der Meel (Tenor, Evangelist) Marcel Moester (Christus) Paul Sanders (Pilatus) Pauline van der Meer, Saskia van der Wel, Andreas Polman. Paul-Peter Polak (andere solo’s)
Bernard Bartelink Orgel
O vos omnes – Attendite (Michel Du Buisson)
Crucifixum in carne – Recordamini (Johannes Flamingus)
Plangent eum quasi unigenitum – Mulieres stantes flentes (Alexander Utendal)
Ik wil mij gaan vertroosten (Bernard Bartelink)
In Passione Domini (Jan Valkestijn)
O Crux, splendidior cunctis astris – Dulce lignum (Orlando di Lasso)
O lam gades (Johannes Flamingus)
In monte Oliveti oravit ad Patrem (Orlando di Lasso)
HET GEZONGEN LIJDENSVERHAAL
Het lijdensverhaal volgens de vier evangelisten werd al in de eerste tijden van het christendom in de liturgie van de Goede Week ge-reciteerd. Een van de oudste vermeldingen stamt uit de vierde eeuw. Paus Leo de Grote (vijfde eeuw) plaatste de lezing volgens
Johannes op de Goede Vrijdag ( Joh.18.1 – 19.42). Rond 1250 wordt de tekst van het lijdensverhaal verdeeld en uitgevoerd door meerdere personen. Er doet zich daarna een ontwikkeling voor naar slechts drie zangers: de rol van Christus, van de evangelist (verteller) en van enkele personen. De reacties van het volk worden vertolkt door een schola of koorgroep, aanvankelijk nog
eenstemmig. Het dramatische karakter van het lijdensverhaal werd hierdoor aanmerkelijk verhoogd.
Uit de bloeitijd van de polyfonie zijn voor de katholieke liturgie veel toonzettingen van het lijdensverhaal overgeleverd, voor het grootste deel in responsoriale vorm, vooral uit Venetië en Rome, onder anderen van Ruffo, Asola en Soriano. De turbae van deze passies zijn doorgaans in een eenvoudige meerstemmigheid geschreven. De vier muzikaal rijkere passies van Orlando di Lasso (geschreven rond 1580) en da Vittoria (1585) hebben model gestaan voor passies tot in de zeventiende eeuw.
Voor de Lutherse liturgie ontstond in de zestiende eeuw de Liedpassion. Deze kon zowel van de Latijnse als de Duitse taal gebruik maken. Het was de vriend van Luther: Johann Walter die hierin met zijn Johannes en Matteüs passie het prototype vormde. In de zeventiende eeuw was het met name Heinrich Schütz die in beide vormen van de passie zijn voorbeeld volgde en verder ontwikkelde op de weg naar de oratorische passie, die vanaf circa 1650 ontstond. Zij wordt gekarakteriseerd door inlassingen van muzikale
refl ecties en beschouwende episodes, zowel vocaal als instrumentaal. De achttiende eeuw bracht het hoogtepunt van deze
ontwikkeling: de oratorische passies, voorzien van becommentariërende da capo aria’s. De coryfeeën daarin waren Johann Sebastian Bach en Georg Philip Telemann.
Telemann (ACD HH 045-2)
La Barca Leyden - Raymond Honing
![]()
La Barca Leyden speelt:
Trio Sonata in E, Fantasie no. 2 in a, no. 7 in D, no. 8 in e en no. 11 in G, Suite in G en de Cantata "Ein Jammerton".
Telemann, een ondernemende vernieuwer Georg Philipp Telemann (1681-1767) was als het aan zijn moeder had gelegen nooit com-ponist geworden. Ondanks het feit dat hij al op zeer jeugdige leeftijd grote werken componeerde stond zijn moeder erop dat hij in Leipzig rechten ging studeren.Dat zijn hart meer bij de muziek lag bleek al vrij snel. Via aanstellingen in Sorau, Eisenach (waar hij Bach leerde kennen) en Frankfurt kreeg hij in 1721 een topbaan als muziekdirecteur van bijna alle grote kerken in Hamburg. Een jaar later volgde hij Reinhard Kaiser op als artistiek leider van de Hamburgse Opera. Tot aan zijn dood in 1767 leefde en werkte Telemann in Hamburg en het is niet overdreven om te stellen dat hij tijdens zijn leven als de beroemdste en meeste gewaardeerde componist van Duitsland werd beschouwd. Tijdens zijn leven was Georg Philip Telemann een regelrechte ster.
In onze tijd is zijn naam echter lange tijd verbonden geweest met de term "veelschrijver".Ten onrechte. Ik zou niet durven beweren dat Telemann geen veelschrijver was; het is maar de vraag of er ooit een componist heeft geleefd die meer composities op zijn naam heeft staan. In de 18e eeuw was componeren veel meer een ambacht. Dat kon ook niet anders, want er moest heel veel gecomponeerd worden. De moderne muziekliefhebber mag tegenwoordig dan misschien graag naar werken uit vervlogen tijden luisteren, in de barok lag dat anders. Men keek veel minder terug in de tijd dan nu, en moderne muziek was dan ook een belangrijk onderdeel van het cultu-rele en maatschappelijk leven.
Raymond Honing
Danse et Chanson (ACD HJ 043-2)
Grand Désir
![]()
Grand Désir | Danse et Chanson
De basse danse is een statige hofdans die een eeuw lang floreerde vanaf het midden van de vijftiende eeuw. De oorsprong van het genre ligt waar-schijnlijk in Bourgondië, maar de basse danse vond weerklank aan verschillende hoven in Europa. De term wordt al gebruikt in een gedicht van de uit Toulouse afkomstige priester, monnik en troubadour Raimon de Cornet (ca. 1320) , maar over de exacte danspassen vinden we niets tot de vroege vijftiende eeuw.
De twee belangrijkste bronnen voor de muziek van de Franse basse danse zijn te vinden in een manuscript in Brussel (Bibliotheque Royale de Belgique, Ms 9085, ca.1470) en in L’art et instruction de bien danser (ca. 1496) van Michel Toulouze: beide manuscripten uit de late vijftiende eeuw, beide terugblikkend op de muziek van eerder die eeuw. Samen met nog een aantal kleinere bronnen bevatten deze handschriften ongeveer
vijftig cantus firmi, die in lengte variëren tussen de vierentwintig en tweeënzestig noten, genoteerd in trage semibreves zonder ritmische variatie. Waarschijnlijk diende bij de basse danses de cantus firmus in lange notenwaarden in de tenor als eenstemmige basis voor meerstemmige instrumentale improvisatie. Het bewijs voor die praktijk is te vinden in enkele uitgeschreven meerstemmige voorbeelden, bijvoorbeeld dat op de tenor-melodie Re di Spagna.
Amor Vincit (ACD HJ 028-2)
Musica del Cuore
![]()
AMOR VINCIT “Liefde overwint” of vollediger: Omnia vincit amor, nos et cedamus amori (Vergilius, 70 BC - 19 BC, Eclogae 10.69).
"Liefde overwint alles, laten wij ons overgeven”
Dat deze spreuk van Vergilius vandaag de dag nog minstens evenveel tot de verbeelding spreekt, blijkt wel uit Google, waar naar 277.000 verschillende websites wordt verwezen. Of het een Caravaggio schilderij is, een kamerkoor, een lied van Deep Purple of de naam van een film, het maakt niet uit, wie wat en wanneer, het is duidelijk dat deze universele spreuk iets toevoegt aan onze dagelijkse beleving. Anne Koene en Caroline Erkelens dragen hun steentje bij in hun gekozen muziek. Is het de liefde voor de muziek die alle tijd heeft overleefd? Is het de liefde in hun intense samenwerking? De liefde van u als luisteraar?
De totstandkoming van de gekozen liederen is een zoektocht vanuit de smaak van het duo, een som van melodie en tekst, contrast en intensiteit. Een wikken en wegen dat tot deze keuze heeft geleid.
Concerti Grossi, Opus 3 (ACD HJ 039-2)
Georg Frideric Handel
![]()
George Frederic Handel (1685-1759) heeft zich als componist veelvuldig van zijn praktisch ingestelde kant laten zien. Wanneer hij een stuk had geschreven, schroomde hij niet delen daarvan te gebruiken in andere werken. Van de Concerti Grossi opus 3 (1734) is alleen het eerste daadwerkelijk als concerto grosso gecomponeerd. De overige vijf concerti zijn samengesteld uit eerder gecomponeerde delen gecombineerd met een enkel nieuw deel. Opus 3 zou daarom het best omschreven kunnen worden als een product van 60 % gerecycled en 40 % nieuw materiaal. De concerti bevatten een rijke schakering aan kleur en structuur en zitten vol met contrasterende emoties. Elk concerto vraagt een andere bezetting - hobo’s, blokfluiten, celli, violen en fagotten passeren allemaal de revue, zowel in de rol van tutti- als van solospeler.
Felix Mendelssohn Bartholdy (ACD HJ 034-2)
Riko Fukuda - Fortepiano
![]()
Zoals het bij zonen van gegoede families in de 18 en 19e eeuw gebruikelijk was, vertrok ook Felix Mendelssohn uit het ouderlijk huis in Berlijn in april 1829 voor een grote reis om zijn horizon te verbreden. Nog voor de zomer kwam hij samen met zijn reisgenoot en vriend Karl Klingemann in Edinburgh aan en daar vandaan reisden zij rond in Schotland en voeren zij langs de kust. Felix werd erg getroffen door het ruwe Schotse zee- en landschap en hij maakte tekeningen en aquarellen. Maar ook de Hebriden Ouverture en de Symfonie nr.3 “Schottische” zijn grote vruchten van deze reis.
Met het componeren van de Fantasie in fis, soms Sonate écossaise (Schots) genoemd, is Mendelssohn al voor zijn drie jaar durende reis begonnen maar pas daarna werd het voltooid en gepubliceerd. Het stuk bevat drie delen en gaat met attacca als één groot stuk door.
Na zijn grote reis kwam Mendelssohn in juni 1832 terug naar het ouderlijk huis in Berlijn. De volgende maand bestelde hij een piano van Conrad Graf uit Wenen. Zijn speciale wens was een vleugel met een klavieromvang van 6½ octaven.
De ontwikkeling van de piano in de laat 18e eeuw tot de medio 19e eeuw ging snel, en de klavieromgang werd steeds groter. De piano die Felix’s moeder en tantes in hun jeugd gekend hebben, had maar 5 octaven; de Broadwood vleugel die bij zijn ouders stond, had 6 octaven. De Graf vleugel beviel hem zo goed dat hij er binnen drie jaren nog twee heeft besteld; één voor de stad Düsseldorf waar hij de Algemeen
Muziekdirecteur van de stad werd en één als huwelijkscadeau van zijn broer voor de bruid. Hoewel hij in 1832 een vleugel cadeau kreeg van pianofabriek Erard was zijn enthousiasme over dit merk pas in 1838 merkbaar. Het instrument uit 1832 speelde niet makkelijk en nadat hij het in 1837 had teruggestuurd naar de fabriek voor een modificatie, kreeg hij onverwacht een nieuw instrument aangeboden. Hij omschreef dit instrument ‘so full and rich in tone’ en prees Erard met een citaat van Lord Byron, ‘There be none of Beauty’s daughters with a magic like Erard’s.’
Adieu vous di (ACD HD 026-2)
Ars Nova van de Lage Landen
De 14e eeuw is een tijd van felle tegenstellingen: door heel Europa woedt de ene na de andere pestepidemie, Frankrijk en Engeland voeren de Honderdjarige Oorlog, en het Schisma in de katholieke kerk zorgt voor een crisis die heel West-Europa treft. Toch is deze tijd er ook een van grote culturele bloei: de Engelse filosoof Ockham legt de grondslagen voor het Nominalisme, de Nederlandse gebroeders Van Limburg schilderen hun prachtige miniaturen voor Les Tres Riches Heures, en de Italiaanse schrijver Boccaccio geeft in Firenze lezingen over Dantes Divina Commedia.
Op het gebied van muziek biedt een verbeterde muzieknotatie componisten tot dan toe ongekende mogelijkheden tot muzikale expressie, en geeft aanleiding tot uitgebreid experimenteren met ritme, contrapunt en tekstuitbeelding. Deze vernieuwingen leiden tot een letterlijk nieuwe muziekkunst, Ars Nova. Adieu vous di is hoe dan ook het overkoepelende thema van bijna al dit repertoire.
Spaerens Vreughden-Bron (ACD HD 031-2)
HAARLEM - MUZIEKSTAD IN DE GOUDEN EEUW
Dat de zeventiende eeuw voor de Nederlanden en in het bijzonder voor de Noordelijke het glorieuze epitheton van ‘Gouden Eeuw’ heeft verworven komt voor een aanmerkelijke deel op het conto van de daaraan voorafgaande eeuw. De tweede helft daarvan was getuige van de geleidelijke overgang van de Renaissance naar de vroege Barok. In menig opzicht lagen ímmers daar de wortels van zijn ‘gouden’ karakteristieken. De overdaad, kenmerkend voor de barok, had echter verhoudingsgewijs beperkte invloed als niet passend bij de gestrengheid van de geleidelijk merendeels calvinistische bevolking. De politieke en militaire activiteiten en ontwikkelingen van de tachtigjarige oorlog, die zouden uitmonden in de vrede van Westfalen te Münster in 1648 en de formele bevestiging van de onafhankelijkheid van de Republiek der Verenigde Nederlanden, vonden daar hun oorsprong. De ontdekking van nieuwe werelddelen droeg in belangrijke mate bij tot een economische expansie zonder weerga. De Republiek der Verenigde Nederlanden werd het onbetwistbare economische centrum van Europa. Zij had handelscontacten en bezittingen in niet minder dan vier continenten en haar handelsvloot overtrof die van Engeland en Frankrijk tezamen. In levensbeschouwelijk opzicht wist het humanisme zich een wijd verbreide invloed te verzekeren, met name door de invloed van de geschriften van Desiderius Erasmus. In godsdienstig opzicht kende de zestiende eeuw misschien wel de grootste omwentelingen met de reformatie die het protestantisme deed ontstaan en rond 1560 met de eerste inspanningen van de katholieke contrareformatie. Zonder de spectaculaire ontwikkelingen op cultureel gebied, juist het terrein waaraan de zeventiende eeuw zijn eretitel ontleende, hadden wetenschap, letterkunde, dichtkunst, schilder- en graveurkunst en muziek niet tot zulk een verbluffende hoogte kunnen uitgroeien.
Arie e Canzone (ACD HD 024-2)
Girolamo Frescobaldi
Ensemble Braccio
Nancy Mayer
Mezzo soprano
Girolamo Frescobaldi’s kamermuziek is een beetje genegeerd vanwege zijn beroemdere composities voor toetsinstrumenten. Deze opname laat Ensemble Braccio een selectie van Frescobaldi’s muziek voor kleine ensembles horen zoals het bijvoorbeeld bij een optreden in een 17e eeuwse salon geklonken zou kunnen hebben.
Misschien wel de bekendste stukken op deze cd zijn de canzona’s voor bas-instrument en basso-continuo, welke tot de vroegst uitgegeven repertoire stukken voor solo-basinstrumenten behoren. Net zoals de solo canzona’s voor diskant and diskant en bas-instrument, laten ze een componist zien die de nieuwe instrumentale combinaties in de vroege 17e eeuw ontdekt en doorontwikkeld.
Italian Master Pieces (ACD HN 022-2)
La Barca Leyden
Raymond Honing -
Flauto Traverso
Cees van der Poel -
Harpsichord - Organ
Cassandra Luckhardt - Cello
Muziek van: Platti - Vivaldi - Geminiani Veracini - Corelli
De afgelopen eeuwen is de muziekwereld structureel veranderd. Tegenwoordig is
bijna alles gericht op de perfecte beheersing van één instrument. Maar een gemiddelde
kapelmeester in de 18e eeuw bespeelde verschillende instrumenten, leidde een orkest, gaf les, componeerde en improviseerde. In het bijzonder geïntrigeerd door die laatste vaardigheid, de
improvisatie, hebben we tijdens concerten wat geëxperimenteerd door voorafgaand aan een sonate een preludium te improviseren. Het bleek een interessante en confronterende leerschool. Ook bij de opname van deze cd hebben we enkele improvisaties gespeeld en de twee meest boeiende als een preludium
toegevoegd.
De muziekgeschiedenis mag dan door de eeuwen heen aan vele veranderingen onderhevig zijn geweest, toch is er één constante factor in die ontwikkeling die met grote regelmaat terugkeert: Italië! “Wieviel berühmte grosse Componisten hat man nicht, bis zum Ende der ersten dreissig Jahre dieses Jahrhunderts, unter ihnen aufzuweisen gehabt?!” Deze uitspraak doet de beroemde fluitist en componist Johann Joachim Quantz in zijn Versuch einer Anweisung die Flöte traversiere zu spielen (1752) en daarmee geeft hij de toonaangevende plaats van de Italiaanse muziek ten tijde van de barok goed weer.
Ondanks alle studie naar de historische uitvoeringspraktijk, blijft ook deze opname een uitvoering van 18e eeuwse muziek door musici uit de 21e eeuw. Ongetwijfeld zijn we in ons denken en in onze beleving beïnvloed door de afgelopen 250 jaar. Je probeert je zo veel mogelijk in te leven in een andere tijd, maar uiteindelijk blijf je fundamenteel een andere mens, met andere bagage en levend in een andere maatschappelijke context.
Raymond Honing
Talud (ACD HN 020-2)
TALUD – RONALD MOELKER & RATNA BAUER
Het geluid van klankschalen resoneert in onze lichaamscellen en energetisch systeem. De fluit voegt er een emotioneel gewaar zijn aan toe. Alle melodieën zijn gecomponeerd door de fluitist Ronald Moelker, hebben een eeuwenoud karakter en spreken direct tot het hart.
Deze cd is zeer geschikt om te gebruiken als hulp bij ontspanning, meditatie en healing.

Rubio Harpsichords (ACD HN 018-2)
David Rubio (1934 - 2000) was oorspronkelijk opgeleid tot arts, maar door een oog-handicap kon hij zijn beroep als chirurg niet uitoefenen. Hij verhuisde naar Spanje en leerde de flamenco-muziek kennen. Zijn naam ontleende hij aan deze periode: Rubio, 'rode baard' - zijn eigenlijke naam was David Spink. Na tournees in Amerika, waar hij zijn vrouw, Nest (die prachtige Oriëntaalse tapijten weefde), leerde kennen, keerden ze in 1967 terug naar Engeland. Door zijn contact met Julian Bream begon David in Duns Tew gitaren, luiten en klavecimbels te bouwen. In 1979 verhuisden ze naar een prachtig middeleeuws huis in Cambridge, waar hij naast de viool- en klavecimbelbouw onderzoek deed naar de oude Italiaanse vioolbouw.
Johan Brouwer over zijn Rubio-instrumenten
Ik heb David voor het eerst ontmoet op het Festival van Vlaanderen in 1979, waar hij een geweldige indruk maakte met zijn kopieën van historische instrumenten. Er is een vriendschap ontstaan, wat heeft geresulteerd in mijn bijzondere collectie Rubio-instrumenten. Veel dank ben ik ook verschuldigd aan Ann en Peter MacTaggert, die zoveel prachtig meubelmakerswerk en de beschilderingen voor mijn instrumenten hebben gemaakt.
Het programma omvat werken van: William Byrd, Melchior Schildt, Girolamo Frescobaldi,
Heinrich Scheidemann, Johann Jakob Froberger,
Jacques Champion de Chambonnières, Henry Purcell, Georg Böhm en Johann Sebastian Bach.
Forgotten Virtuosi (ACD HN 012-2)
solowerken voor viool uit het begin van de 17 e eeuw.
Medewerkenden zijn: Jonathan Talbott – renaissance viool Tormod dalen – bas viool Maxine Eilander – harpAndrew Maginley – theorbe en gitaarStephen Taylor – orgel
In het begin van de 17 e eeuw trokken een aantal van de inmiddels vergeten vioolsolisten door Europa, ze vroegen steeds hogere salarissen en steeds meer randvoorwaarden om te komen musiceren. Sommige van hen werden zo rijkelijk beloond voor hun spel dat ze werden vergeleken met de edelen. Meerderen van hen werden omschreven als “De meest beroemde violist die de wereld tot nu toe heeft voortgebracht”.Hofhoudingen en stadsbestuurders huurden deze supersterren in om hun gasten versteld laten staan en te verbazen over hun optredens. Een van de meer verbazingwekkende stukken op deze CD is de onbegeleide Fantasia van Étienne Nau, welke onlangs in manuscriptvorm in Berlijn is gevonden.
Sepolcro (ACD HN 017-2)
J.H. Schmelzer
De Medewerkenden zijn: Sopraan: Josie Ryan, Sopraan: Elizabeth Dobbin, Alt: Elsbeth Gerritsen, Tenor: Koen van Stade, Bas: Hans Scholing
Il Concerto Barocco: Viool 1: Jonathan Talbott, Violin 2: Kees Hilhorst, Alt Viool 1: Rachael Yates, Alt Viool 2: David Woolfrey, Violone: Andrew Read, Theorbe: Harjo Neutkens, Orgel en Clavecimbel: Stephen Taylor.
In Wenen ontwikkelde zich gedurende de tweede helft van de 17e eeuw een unieke vorm van religieus muziektheater die bekend werd onder de naam Sepolcro. Deze muzikale drama’s van één akte, meestal gebaseerd op het Lijden van Christus, werden opgevoerd in de Goede Week in één van de hofkerken. Schmelzer’s sepolcro “Stärke der Lieb” is duidelijk gecomponeerd om te worden opgevoerd in een kapel van één van de leden van de keizerlijke familie. Het unieke zit hem in het feit dat dit stuk werd geschreven in het plaatselijke dialect, in tegenstelling tot het gebruikelijke Italiaans.
Samen met de Sepolcro staat er ook een wonderschoon requiem van Schemlzer op deze Super Audio CD. Beide zijn wereld premiere opnamen!
Martin Peudargent (ACD HN 016-2)
Muziek aan het hof van hertog Wilhelm V. van Jülich-Kleve-Berg
ENSEMBLE RABASKADOL Saskia van der Wel - soprano, bass violin (renaissance) Marco van de Klundert - tenor Fritz Heller - straight, curved & mute cornetto, alto shawm Katharina Bäuml - alto shawm Cas Gevers – sackbut Detlef Reimers - sackbut Peter Stelzl – sackbut Mechthild Alpers - bass curtal Ursula Bruckdorfer - bass curtal, bass shawm Jonathan Talbott - violin, tenor violin (renaissance) Lucia Froihofer - violin, tenor violin (renaissance) Tormod Dalen - bass violin (renaissance) Martin Lubenow - positive organ, spinet, curved & mute cornetto
CAPELLA ’92 o.l.v. GERBEN VAN DER VEEN
Soprano: Renske Anjema Tenor: Gerard Boukes, Marion Bloemendaal, Ton Edelbroek, Mirjam Brauer, Klaas Lyklema, Jannie van der Meer, Hans Reesink, Lieske Wedman, Wilfred Reneman, Bass: Co Berrevoets, Cor van Scheltinga, Obe Bruinsma Jo Tigchelaar, Jur Hofsteenge, Jan Nijenhuis, Herman van der Steenstraten.
Ruim 400 jaar geleden werkte de musicus en componist Martin Peudargent (± 1510 - ±1594) aan het hertogdom Jülich-Kleve. Hij liet een uitgebreid repertoire achter, wat onlangs herontdekt werd. In het jaar 1555 verscheen in Düsseldorf de eerste druk van zijn motetten »Liber Primus sacrarum cantionum quinque vocum, quae vulgo Moteta vocantur«. Op de titelpagina wordt hij als »Illustrißimi Ducis Iuliae, Cliviae, Bergiae etc. Musicus« aangeduid. Uit een latere bron blijkt dat hij uit Huy in de Nederlanden stamt. Die plaats lag in het vorstendom Luik. Het is dus waarschijnlijk dat Martin voor zijn opleiding naar Luik trok. Ook later had hij nauwe contacten met musici uit Luik zoals Adamus de Ponta. Met de druk van zijn motetten wordt hij voor het eerst aan het hof van Jülich-Kleve genoemd als musicus. Daarvoor verschijnt hij als »magister Martin Peudargent« in een bron uit 1532, die hem als huiseigenaar in de residentiestad Kleef beschrijft. Vermoedelijk was hij daar verbonden aan de kloosterschool waarvan zangers regelmatig aan het hof optraden.
Centraal in deze opname staan de zogenaamde »Staats-« of »Huldigungsmotetten« uit de tweede motettendruk van Peudargent uit 1555. De werken zijn opgedragen aan het vorsten-huis. Daarnaast worden werken uit het eerste en tweede motettenboek uitgevoerd zoals ze in het dagelijks gebruik door een hofkapel geklonken kunnen hebben: deze bevatten zettingen van bijbelcitaten, vooral van psalmen, maar ook van vrije teksten op themas van het kerkelijk jaar.
In principio - erat verbum (ACD HA 010-2)
The court band of Graz, 1585
Rabaskadol, Fritz Heller
Rotocker Motettenchor
“In het begin was het woord” als drager van inhoud en betekenis, als goddelijke en menselijke uitingsvorm, gesproken, gezongen en gespeeld. In de 16 e eeuw heeft alle muziek, met uitzondering van de dansmuziek, een vocale oorsprong; tekstuitdrukking is een centraal element in de muziek van de Renaissance, de mens kan en mag zich uiten. De Grazer hofkapel, die door familiebanden gelieerd was aan het Habsburgse keizerhuis, was bij uitstek een plaats, waar de muziek als uitdrukking van zowel een geloofsovertuiging als van macht en van een fijnzinnige cultuur, een belangrijke plaats innam.
G.P. Telemann - Ouverture Suites (ACD HA 009-2)
In het begin van de 18 e eeuw genoot de ouverture (suite) grote populariteit aan het Duitse Hof. Terwijl Johann Sigismund Kusser de eerste was die de Franse ouverture aan de Duitse suite toevoegde, wordt Georg Muffat over het algemeen gezien als de componist die de Franse ouverture in Duitsland heeft geïntroduceerd met zijn publicatie van “Florilegium primum (1695)” en “Florilegium secundum (1698)”. Georg Philipp Telemann, samen met J.S. Bach, Graupner en Fash, ontwikkelden dit genre tot de ouverture zoals we die nu kennen. De titel “ouverture”, moet gezien worden als een verzamelnaam voor de ouverture inclusief alle airs en dansen.
Heaven (ACD HA006-2)
Ronald Moelker is een blokfluitist met ideeën. Hij beweegt zich met groot gemak en verrassende vrijheid in uiteenlopende muzikale omgevingen. Hij brengt op deze cd een groot aantal stijlen en klankkleuren bijeen, en laat horen dat de grenzen van wat er met een blokfluit mogelijk is, nog lang niet zijn bereikt. Ronald Moelker heeft voor deze cd een aantal uitstekende musici bijeen gebracht, met wie hij een ander aspect van zijn kunst naar voren haalt: improvisatie en interactie. Hij gaat een swingende dialoog aan met contrabas en zang. Klankschalen en tincha’s zweven langs. Conga’s en synthesizerklanken zorgen voor een soepele basis van Heaven..
SALTARELLO - ZANETTI (ACD HA 008-2)
In 1645 Gasparo Zanetti, a Milanese musician about whom very little is known, published a violin tutor which was also a collection of popular dance music: Il Scolaro per imparar a suonare di violini. The music on this recording comes from Zanetti’s book and also includes arrangements by his contemporaries.
Since its creation in 1996 by Jonathan Talbott and Tormod Dalen, Braccio has won wide critical acclaim for its performances and recordings. Praised for its “fresh and lively music making” the ensemble is at its core a string quartet with a mission to resurrect the ravishing and passionate music of 16th and 17th century violin consorts.
Johann Sebastian Bach (ACD HA 007-2)
Soms word ik overvallen door de gedachte dat Johann Sebastian Bach de incarnatie is van de Ideale Componist. Zijn werken hebben de merkwaardige eigenschap bij elke volgende beluistering raadselachtiger te worden en tevens iets meer te onthullen van hun diepgang en dichterlijkheid. Elke goede interpretatie laat ons nieuwe aspecten aan zijn muziek ontdekken en voegt iets toe aan ons persoonlijke mozaïek van Bachs wereld. Ronald Moelker en Riko Fukuda zijn daarin geslaagd. Zij geven een heldere en welsprekende interpretatie van de mooiste en intiemste kamermuziek uit de geschiedenis.
Flow my tears - Lacrimae Ensemble (ACD HL 005-2)
Beroemde thema’s in hun oorspronkelijke vorm en met virtuoze omspelingen, improvisaties over La Folia, ricercadas van Diego Ortiz, variaties van Christopher Simpson en fantasieën van Orlando Gibbons vormen samen met de feestelijke muziek van Falconieri en de eigenzinnige composities van Captain Tobias Hume een afwisselend geheel. Het Lacrimae Ensemble werd in 1993 geformeerd door de blokfluitist Ronald Moelker naar aanleiding van een tournee met de mezzo-sopraan Catherine Bott. Het ensemble zet in een kleine bezetting een rijke klank neer. Voor de uitvoering van muziek uit verschillende stijlperiodes varieert de instrumentale bezetting. De leden van het Lacrimae Ensemble zijn ervaren vertolkers van Oude Muziek op historische instrumenten en maakten talloze opnames voor radio en cd.
Ancient Music for Modern People